Terug naar hoofdinhoud

Willem

Eigenlijk gaat het al mis als Kunno binnenkomt.

Hij is de laatste. Iedereen zit al op zijn of haar plek, inclusief de dominee, die zich zichtbaar begint te irriteren aan het gedrag van Kunno.
Eigenlijk is binnenkomen ook niet het goede woord: Kunno maakte zijn entree.
Onder zijn neus glorieert een prachtige bolknak.
Achteraan is nog een plek vrij.

 Kunno gaat rustig zitten, neemt een trekje van de uitstekende bolknak, neemt deze in de hand en kijkt vrijmoedig rond terwijl hij een blauwe wolk richting het plafond loslaat in het catecheselokaal.
"Leg die sigaar hier maar even neer." Dominee schuift een metalen asbak een paar centimeter naar links.
Het duurt even, maar dan komt Kunno langzaam omhoog.
Uiterst bedaard loopt hij naar vorgen.
Bij de asbak blijft hij staan en neemt nog een trekje van de uitstekende bolknak.
Dan begint hij de sigaar voorzichtig, terwijl hij hem langzaam ronddraait, uit te drukken.
"Laat maar liggen," zegt dominee enigszins narrig. "Die gaat vanzelf wel uit'" 
"Din kinnen ie dizze sigaar nait," zegt Kunno, terwijl hij rustig doorgaat met het doven van de sigaar.
Dominee zwijgt. Zijn gezicht loopt een beetje rood aan terwijl hij wacht tot Kunno de tijd gekomen acht om weer naar zijn plaats te lopen. 

Het catechesemoment begint als altijd.
Een schriflezing door de predikant, gevolgd door een gebed.
Dan moeten 30 personen van 12 en 13 jaar tonen dat ze hun opgegeven vraag en antwoord uit de Heidelbergse Catechismus hebben geleerd en kunnen opdreunen.
Daartoe geeft dominiee de eerste die links van hem zit het woord.

Nu ontstaat voor de dominee een fijn moment.
De catecheten zijn wel even bezig. Tijd voor een sigaar!
Uit het doosje voor hem kiest hij met enig welgevallen een sigaar.
Dan gaat het mis. Hij zoekt in alle zakken, maar geen lucifers of een aansteker.
De predikant wordt wat onrustig: hij moet hier nog minstens 3 kwartier zitten. Met sigaar en zonder vuur. Dat kan niet.
Als het even stil is in de ruimte zegt hij: "Jongens, wie heeft er vuur?"
Rudmer bedenkt zich niet en gooit een doosje lucifers naar voren. Deze raakt de predikant ongeveer tussen neusvleugel en oog.
Dit is de druppel. "Kom hier!" Zijn ogen schieten vuur.
Rudmer loopt naar voren. De dominee is boos.
Op de een of andere manier ontstaat een handgemeen.
Uiteindelijk krijgt de predikant het voor elkaar en legt Rudmer over z'n knie voor een ouderwets pak billenkoek.

Als Rudmer weer op z'n plaats zit is het even stil in het lokaal.
Dat wil zeggen, links van me hoor ik de dominee zwaar ademen; de man heeft een zware lichamelijke inspanning verricht.
Rechts van me hoor ik Rudmer. Hij is door de vernedering meer dan woedend en ademt diep.

Die middag gaan we redelijk op tijd naar huis: het heeft niet zoveel zin om met verliezers bij elkaar te blijven zitten.