Terug naar hoofdinhoud

Verjaardag met kip

In het najaar van 2007 bouwt Henk een volière voor ons. Dat was noodzakelijk, want bij mijn afscheid van de gereformeerde scholengemeenschap kreeg ik van de conciërges een tweetal kippen en een haan aangeboden. En die moesten onder dak. En aangezien we ook al enige tijd nadachten over het houden van vogels, moest het een multifunctioneel bouwwerk worden voor zowel lopers als vliegers.
Op 15 december is het zover. Oma is jarig, de kleinkinderen zijn er, het hok is klaar en de kippen kunnen er in.
In optocht gaan we naar Hans en Ditta waar de kippen -in afwachting van de bouw- zijn gestald.

 Jelle wil de grootste en moeilijkste kip: de haan. De beide dameskippen gaan naar Koen en Rozemarijn. Een kwartiertje later zijn haan en kip overgebracht naa rhun nieuwe onderkomen.

Tegen etenstijd, als iedereen druk is met zijn of haar ding, pak ik wat eieren uit een doosje en leg die voorzichtig in de legkast van het kippenhok.

Na het eten vraag ik Koen of hij even bij de kippen wil gaan kijken. Het is per slot van rekening hun eerste dag en daarom is het goed om er vandaag wat extra aandacht voor te hebben.
Koen verdwijnt en komt in twee tellen terug met ogen die twee keer zo groot zijn geworden.
“Ze hebben eieren gelegd!”
“Dat bestaat niet”, denk ik zeker te weten. Kom op, die kippen zitten er nog maar nauwelijks in. Zo snel gaat dat niet. Het kan wel een paar dagen duren voor ze zich voldoende thuis voelen. En pas daarna komen er eieren.
“Het is écht zo!”
Koen maakt de anderen nieuwsgierig. In een ogenblik tijd zijn alle kleinkinderen, inclusief enkele tantes en Oma, vertrokken naar het kippenhok. Voorzichtig haalt Oma de eieren uit de legkast. En met een zekere eerbied neemt Koen ze in de hand.

En daar gaat het fout.
“Oma, dit is nep!” Koens stem klinkt verontwaardigd. “Er zit een stempel op.”
“Dat heeft Opa gedaan”, concludeert Jelle feilloos.
“Dit zijn bijzondere kippen”, probeert Rieneke nog te redden wat er te redden valt. “Deze kippen hebben een apparaat in hun kont en bij het leggen drukken ze er een stempel op.”
Het maakt geen enkele indruk. In optocht gaat het terug naar de huiskamer.
Glunderende en verontwaardigde gezichten.
Door de menigte heen komt Jelle recht op me af.
“Nu vallen er slachtoffers”, briest hij.
En voor ik er op verdacht ben krijg ik een trap tegen mijn scheen.

Nou kunnen mannekes van 6 nog niet zo heel hard trappen, maar het schoeisel is tegenwoordig van hoge kwaliteit. Ik bloed. En tot de dag van vandaag kun je zien waar ik geraakt ben.

Ik ben er nog steeds niet achter wat gevaarlijker is: het houden van kippen of het houden van kleinkinderen.