Terug naar hoofdinhoud

Sinterklaasfeest

Spannende tijden.
Sinterklaas is in het land. Wat meer is: hij zal ook de lagere klassen op onze school een bezoek brengen.
En zo stapt Sint Nikolaas zomaar onze klas 6 binnen. Bij ons, de oudste leerlingen van de school. Met misschien zelfs wel de alleroudste leerling van alle scholen van heel het dorp. Want achterin zit Willy. Willy is al wel een jaar of 14 en wacht in de schoolbanken van klas 6 tot hij aan het werk kan.

Hij is vriendelijk, Sinterklaas. En zijn stem klinkt net als die van Henk.
En zo besluit ik vanaf nu te geloven dat Sinterklaas niet bestaat. Hij is Henk of iemand anders of weet ik het, maar Sinterklaas is gewoon een raar aangeklede man.
Henk was als het ware de druppel die de emmer van mijn ongeloof deed overlopen.
Want vorige week vond meester ook al dat we moesten stoppen met geloven.
We gingen lootjes trekken. En dan moesten we een cadeautje kopen voor degene wie we trokken. Maar het mocht niet meer kosten dan een kwartje of zoiets. En het moest echt mooi worden verpakt. Een echte surprise, zeg maar.
En een gedicht! Er moest ook een gedicht bij.
Dat gedicht was, denk ik, meer voor de pedagogische kleur die deze middag moest krijgen.
Als Henk en zijn trawanten weer weg zijn begint ons Sinterklaasfeest.

Meester pakt een cadeautje uit de zak en leest een naam voor.
Dan komt degene van wie de naam is genoemd naar voren om voor de klas de surprise uit te pakken en het gedicht voor te lezen.
En dat gaat heel goed.
Prachtige, diepdoorvoelde gedichten worden al dan niet stuntelig en min of meer monotoon voorgelezen.
En zo wordt het een prachtig Sinterklaasfeest.

Dan wordt de naam van Ineke voorgelezen.
Ineke bloost en loopt naar voren.
Meester overhandigt haar een klein cadeautjes. Als Ineke het uitpakt blijkt er een stenen zwaan in te zitten. Daarin kun je tandenborstels steken of zo.
Ineke wil gaan zitten maar daar steekt meester een stokje voor: "Het gedicht, Ineke!"
"Is der nait," zegt Ineke glashelder.
"Zoek nog maar eens" zegt meester optimistisch.
Maar hoe er ook wordt gezocht, er is geen gedicht voorhanden.
Dan klinkt achter uit het lokaal de stem van Willy: "Ik wis nait hou of dat mos, meester!"
En zo werd ook dit raadsel weer van een antwoord voorzien.