Zaagsel
De deur van het lokaal gaat open en Jan-Bernard stapt naar binnen.
Opgewekt loopt hij naar de docent handvaardigheid, Teije, en vraagt of die zaagsel voor hem heeft.
“Wat moet jij met zaagsel”, vraagt Teije achterdochtig.
Hij kent Jan-Bernard een beetje.
“Het is voor meneer Frans”, meldt Jan-Bernard. “Hij wil een proef doen met warm en koud water dat gaat stromen en daarvoor heeft hij zaagsel nodig. Zodat wij kunnen zien dat het stroomt.”
Teije denkt even na.
Frans heeft zaagsel nodig.
Frans, die altijd met onverholen minachting spreekt over de creatieve vakken.
“Moment”, zegt hij tegen Jan-Bernard en duikt het magazijn in.
Even later komt hij terug met een brede grijns, een stevig balkje en een scherpe zaag.
“Kijk,” zegt hij tegen Jan-Bernard. “Geef dit maar aan meneer Frans. Dan kan hij net zoveel zaagsel maken als hij nodig heeft.”