Preventief ruimen
“Ik ben er uitgestuurd, meneer.”
Kees kijkt en klinkt verongelijkt. Maar dat zegt niets, weet Rien, de directeur.
Want dat is meestal zo.
”Bij wie?”
Rien kijkt nauwelijks op van zijn bureau.
Kees, peinst hij. Merkwaardig. Goeie leerling, beetje ondeugend en een beetje lawaai. Niks mis mee dus.
“En waarom?”
“Bij Niek. En ik deed niks.”
“Bij wie?”
“Bij menéér Niek En ik deed echt niks, meneer!”
Peinzend kijkt Rien de jongen aan. Hij klinkt oprecht verontwaardigd. Aan de andere kant: vaak wordt maar het halve verhaal verteld.
“Hier heb je een Frans thema. Ga daar maar zitten en ga het vertalen tot ik dit heb uitgezocht.”
“Maar ik deed echt niks, meneer!”
“Zitten, vertalen en geen praatjes.”
Mokkend gaat de jongen zitten.
Dit is niet eerlijk.
Als de bel gaat loopt Rien het lokaal van Niek binnen.
“Heb jij Kees er uit gestuurd?”
“Dat klopt!” Niek laat zijn hoge stem vergezeld gaan van een ijverig knikken.
“Waarom? Wat deed Kees?”
“Niks!” Niek kijkt triomfantelijk.
“Niets? Waarom heb je hem dan uit de les verwijderd?”
“Nou, ik dacht, hij begint zo!”
En zo werd in het najaar van 1977, op een scholengemeenschap in Amersfoort, het preventief ruimen uitgevonden.