Pie
Vandaag hebben wij Pie begraven.
Pie was een zachtmoedige en vriendelijke vrouw. Zo kenden wij haar ook: vriendelijk en zachtmoedig.
Maar, zo bleek uit een van de gehouden toespraken, zij had ook een andere kant.
Want Pie hield van dieren.
In het vroege voorjaar genoot zij volop van nieuw leven. In haar tuin wist zij feiloos elk nestje aan te wijzen. En van elk nestje wist zij de bijzonderheden.
Toen kwamen er eksters in de tuin. Eksters die eieren en jonge vogeltjes uit de nesten haalden en ze opvraten.
Daar kon Pie niet tegen.
En zo begon zij na te denken. En te werken aan een oplossing.
Want Pie hield van dieren.
"Hebben wij nog jenever in huis?"
Rinke, haar man, kijkt vragend op. "Wat moet jij met jenever."
"Hebben wij nog jenever in huis?"
Rinke kent deze blik.
En hij herkent de toonhoogte.
Niet tegensputteren nu. "Ergens boven in de kelderkast moet nog wat staan."
Pie scheurt plakken brood in kleine stukjes en schikt ze zorgvuldig op een bord.
Dan giet ze er overvloedig jonge jenever overheen en zet het bord op een mooie plek in de tuin.
Als ze terug naar huis loopt, haalt ze de grote schop uit de schuur en zet deze naast de deur.
Net als in de afgelopen dagen komen de eksters ook nu tegen de middag met forse sprongen de tuin in.
Ze storten zich onmiddellijk op het bord met brood.
Pie zit aan tafel en kijkt vanaf haar beschutte plek de tuin in.
Zij knikt.
Het is goed zo.
Na een poosje zijn de eksters zat. Vliegen lukt ze niet meer. Met grote, lome stappen zwalken ze met afhangende vleugels door de tuin.
Pie staat op.
Bij het naar buiten gaan pakt ze de schop en loopt rustig de tuin in.
Met een paar welgemikte slagen mept ze de een na de andere ekster tegen de grond.
Ze zijn dood.
Pie neemt ze één voor één op de schop en mikt ze in de groene container. De container waarin ook het andere tuinafval wordt gedeponeerd.
Even later zit Pie weer in de kamer en overziet ze haar tuin.
Het is er rustig nu.
Ze knikt.
Het is goed zo.
Want Pie houdt van dieren.