Jan
Om 7 uur gaat er een zoemer. Iedereen gaat naar zijn werkplek.
Even later staat de schuur vol met geluid van draaiende electromotoren, het gebonk van de persen en het geschraap van beitels en boren.
Dan komt Jan binnen. Het haar wild op de kop. Weer te laat.
In de pauze hebben we het daarover. Het lukt Jan maar niet om op tijd op het werk te komen.
En zo wordt het volgende plan bedacht en uitgevoerd:
Als jan naar bed gaat bindt hij een eind touw om zijn enkel.
Het andere uiteinde van dat touw ligt aan de weg in een heg.
Hindrik is altijd op tijd op het werk. Hindrik rijdt nu vanaf de laan waar hij woont naar de hoofdweg en geeft een flinke ruk aan het touw.
Jan moet dan in theorie voldoende vroeg wakker zijn om op tijd op het werk te kunnen zijn.
En aldus geschiedt. Jan komt vanaf dat moment altijd tijdig op het werk.