Hendrik
Achter de boerderij van Hindrik hebben wij een stuk tuin.
Daar zijn koolplanten gepoot en omdat ik op woensdag vrij ben moet ik rond elke koolplant een geultje maken en die vullen met verdunde vruchtboomcarbolineum. Dat voorkomt dat de larven van de koolvlieg de wortels van de koolplant aan- en opvreten.
Ik ben op tijd.
Achter de schuur van de boerderij strijkt Hendrik neer met 2 arbeiders. Eén ervan gaat tegen de muur zitten, de ander laat zich op 1 knie zakken. Kennelijk is het tijd voor een kop koffie en een plak brood.
Onder de koffie gaat het gesprek over alles en over niets tot het onderwerp varen ter sprake komt. Want Hendrik heeft gevaren.
"Hou wis ie din woar ie hin mozzen," vraagt een van de arbeiders.
"Dat was nait zo stoer," zegt Hendrik, "as ie Delfziel oetvoaren din ligt doar n boei of n tun en din goa je linkloaf. Bie Tezzel ligt weer zo'n ding en din goa je weer linksoaf. De boei bie IJmuiden voar ie veurbie en bie de tun dei veur Peries lig goa je weer linksoaf. En din kei je mor aal deurvoren tot je en Peries binnen.
Het is even stil. Parijs? De stad met wuft en luchtig vermaak? De stad van dansende vrouwen?
Ik spits mijn oren en zorg dat ik zo dicht mogelijk bij de planten kom die het dichtst bij de schuur staan. Want op de technische school in Delfzijl is dit regelmatig onderwerp van gesprek. Meisjes, Vrouwen. Geheimzinnigheid. Verkeerde ziekten.
"En bin ie doar ook in bepoalde gelegenheden west?"
Kijk! Daar heb je het al! Ik hou mijn adem in, evenals de beide arbeiders van wie de belangstelling duidelijk is gewekt. Bepaalde gelegenheden. Dat zal het zijn!
"Joazeker!" zegt Hendrik. En hij steekt bedaard de vlam in de tabak van zijn pijp.
"Nou? Hou was t doar?" Beide arbeiders zitten centimeters rechterop.
"Houveul te verder noar veuren, houveul te koaler de koppen."
En zo gaat mijn seksuele voorlichting als een nachtkaars uit.