Gerrit
Na het koffiedrinken gaat Freerk naar de Deering-trekker, die de dorskast en de pers aandrijft en plaatst over de uitlaat een stalen buis.
Die buis loopt met een boog naar beneden en is aangesloten op een vierkante bak met water.
Doordat de uitlaatgassen door het water worden geleid, wordt het warm.
Freerk zet er 7 akertjes in om ze op te warmen.
In elk akertje zit het overgebleven warme eten dat de vrouwen van het machinevolk er de vorige avond in hebben gedaan.
En zo heeft iedereen om 12 uur een warme prak.
Ze treffen deze week een goede boer; ze hoeven niet achter de koeien te zitten om hun akertjes te legen maar hebben een goede plek gevonden in de schuur.
Het gesprek gaat over niks en van alles.
Tot iemand de Zuidlaardermarkt ter sprake brengt. Want morgen zijn ze vrij!
"Ik wil ter es even flink bie zetten," zegt Gerrit. "Ik heb spoard."
Plotseling is ieders interesse gewekt. Naar de Zuidlaardermarkt en dan geld om handen te hebben, dat is niet nik!
"Hou hest dat doan?".
Gerrit gaat er even voor verzitten. Dan zegt hij met een glimlach: "Ik heb elke week n paor centen in mien stevels doan, dei onder trap in schuur stonnen".
"Dus," zegt Gerrit, "mörgenvroug schud ik mien stevel leeg en din gao ik noar maarkt!" Hij glundert.
De anderen zijn er stil van. Gerrit is een slimme vogel.
Als Jantje 's avonds na het eten gaat afwassen en het lege akertje van Gerrit opent, ziet ze daarin een briefje.
Met grote hanenpoten heeft iemand op bruin pakpapier geschreven of Jantje wel weet dat Gerrit haar bedriegt. Dat Gerrit huishoudgeld achterhoudt en dat in zijn stevels onder de trap in de schuur bewaart.
De volgende dag is Gerrit niet naar de Zuidlaardermarkt geweest.