Gerrit
Gerrit wordt als predikant bevestigd in zijn eerste gemeente.
Gerrit heeft een redelijk pragmatische opvatting over het ambt van herder en leraar. Als een zuster der gemeente hem belt met de mededeling dat haar man vermoedelijk een hartaanval heeft, dan verwijst Gerrit haar zonder dralen door naar de cardioloog. Want, zo is zijn redenatie: "Wat moet ik hiermee?" En zo is het.
De eerste doopdienst is voor Gerrit een uitdaging. Hij is een hele zaterdagavond bezig met een steelpannetje water en een pop om het dopen op de volgende dag tot een succes te maken.
Ook geeft Gerrit catechisatie. Aan groepen goedwillende catechisanten. En aan Jolanda. Om de een of andere reden krijgt zij privéles van Gerrit.
En dat gaat goed. Zo goed dat Gerrit met Jolanda besluiten te trouwen.
Op hun trouwdag heeft Gerrit zich gekleed in een prachtig donkerblauw fluwelen pak.
En als Gerrit een zondag daarna weer voor moet gaan in zijn gemeente besluit hij, als een soort van eerbetoon aan het heilig huwelijk, dat hij gaat preken in zijn fluwelen trouwpak. Tijdens het zingen zit Gerrit ontspannen op de stoel naast de preekstoel waarbij hij het ene been over het andere heeft geslagen en welgemoed zijn bovenste been heen en weer laat wiegen. Zo heeft de gemeente een goed zicht op zijn prachtige nieuwe pak.
Dit echter stuit bij een aantal broeders en zusters der gemeente op grote weerstand. Je preekt niet in een donkerblauw fluwelen pak. Dat hóórt niet. Zwart moet het zijn. En het liefst met een streepjesbroek daaronder.
Gerrit hoort het gelaten aan. En hoewel dit tegen de gereformeerde leer is, zint hij op wraak.
De zondag erop gaat Gerrit voor in zijn zwart pak. Hij ziet links en rechts goedkeurende blikken en is daar dankbaar voor.
Als er wordt gezongen neemt Gerrit plaats op de stoel naast de preekstoel en slaat zijn benen over elkaar.
Ontspannen wiegt hij zijn bovenste been heen en weer, min of meer op de maat van de psalm.
Dan zien de verbijsterde gemeenteleden dat Gerrit onder zijn zwarte broek knalgele sokken draagt.