De binnenschilder
Wat Hans had uitgevreten, dat weet ik niet meer.
Wel weet ik dat hij straf kreeg. Hij moest zijn werk laten liggen en de ingang van de gereedschapsmakerij verven: een stalen poort met een schuifdeur.
Fabrieksgroen moest het worden.
Dezelfde kleur die het ooit had en die hier en daar nog vanuit de haveloosheid zichtbaar was.
Hans was er bijna de hele dag mee bezig. Zeer tegen zijn zin.
Hij was kwaad. Duidelijk zichtbaar. Zijn gezicht sprak boekdelen. Net als zijn verstoorde blikken richting het glazen hok van de afdelingschef.
Hij voelde zich gepakt. Ten onrechte gepakt.
Al zijn gevoelens kwamen aan het eind van de dag samen op het stuk karton dat aan het gaas naast de poort hing en waarop hij in fabrieksgroene hanenpoten had geschreven:
Pas Op
Strontnat