Dat dan weer wel
Om de beurt moeten we de klas afmarcheren naar de eetzaal.
Dat is nodig om het beroep van sergeant goed onder de knie te krijgen.
Bevelvoering is namelijk een vak apart. En een zeer belangrijk onderdeel van de opleiding.
Zéér belangrijk.
Aan een bevel worden hoge eisen gesteld.
Zéér hoge eisen.
Een bevel moet bijvoorbeeld duidelijk te verstaan zijn.
Maar ook, herhaal, ook: eenduidig, niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
Is ook zéér belangrijk.
Vandaag is De Haan aan de beurt.
De vleesgeworden onzekerheid.
Maar wel vriendelijk.
Dat dan weer wel.
Het gaat goed. Verbazingwekkend goed.
Vlotjes geeft De Haan met zijn hoge, dunne stem het ene na het andere commando.
“Géééft. Acht!” In één klap knallen onze voeten tegen de grond.
“Naar rechts. Richten!” We richten trippelend naar rechts.
“Hoofd. Front!” Onze rechterarm valt langs het lichaam. Ons hoofd schokt terug en onze ogen staren naar niets.
Wij staan kaarsrecht in het gelid.
En dit toont onze welwillendheid richting De Haan.
Want zijn stem sloeg zojuist over bij ‘Front!’. Net of er een pauw kokhalzend zijn mannelijkheid etaleerde.
En daar hadden wij commentaar op kunnen leveren.
Dat hád gekund.
“Rèhèèèèchts. Om!” Weer zo’n overslag. Maar we doen wat ons wordt bevolen.
Anders wordt het eten koud.
“Voorwaarts. Aars.” Kijk, dit heeft hij overgenomen van de AOOI, de Adjudant-Onder-Officier-Instructeur. Die zegt ook altijd: Aars in plaats van: Mars.
We zijn op weg naar de eetzaal.
Al na enkele stappen wordt De Haan overvallen door een weldadig gevoel van macht.
Zijn onzekerheid vloeit weg.
Hier loopt hij: De Haan.
Hij, De Haan, voert het bevel over geheel de troep.
En onder zijn leiding marcheren deze kerels of ze nooit anders hebben gedaan.
Hoor toch hoe krachtig al die poten van al die kerels tegen de klinkers knallen. Alsof er slechts één reusachtige kerel over dit kazerneterrein stampt.
En dat onder zijn leiding!
Hij: De Haan!
Overmoed staat op en marcheert triomfantelijk met hem mee.
Hij gaat zelfs de adjudant nadoen: “Eén twee drie vier, één twee drie vier, één (stap) twee (stap) drie (stap) viér!”
De laatste één-twee-drie-vier krijgt een stap extra. Een soort van spatie. Zo doet de adjudant dat ook altijd.
En, net als de adjudant, legt ook De Haan flink de nadruk op de laatste “vier”. Met een hoge uithaal geeft hij elke laatste vier extra aandacht. Het schalt haast een beetje tussen de hoge dennen.
Jammer dat zijn stem dan regelmatig overslaat.
De Haan krijgt er lol in. Hij één-twee-drie-viert er lustig op los. Zijn loop krijgt iets ontspannends.
Hij voelt de mentale ruimte en de rust om zijn commandovoering nog wat te verfraaien.
Tijdens het één-twee-drie-vieren werkt hij eerst aan stemvorming. Hij probeert zijn stem voller te laten klinken. En donkerder. Mannelijker. Net als die van de adjudant.
Hij trekt zijn schoudertjes iets naar achteren.
Zijn longen krijgen ruimte. Diep inhaleert De Haan de kruidige herfstlucht. Tevredenheid plooit zich als een deken om hem heen.
Hier marcheert, hier beveelt: De Haan, De Geboren Leider.
Dan slaat de overmoed terug.
Bij de eetzaal moet de colonne naar links. En ook daarvoor is een bevel uitgevonden: “Hoofd der colonne: links!” Eenduidig, niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
Vanuit zijn wolk van teder zelfvertrouwen beveelt De Haan dan ook met donkere stem: “Hoofd der colonne: rechts!”. Een eenduidig bevel. Niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
De Haan is tevreden. Zijn stem klinkt mannelijker dan een paar minuten geleden en lijkt steeds dieper uit zijn buikholten te komen. De Haan recht nog eens zijn rug. En hij glimlacht.
Met een brede grijns gaat het voorste gelid naar rechts. Dapper stapt ze het natte grasveld op, richting de prachtig aangelegde vijver. Het tweede gelid volgt. Het derde. Het vierde.
Dan dringt tot De Haan door waartoe zijn bevel leidt.
Zijn tot rust gekomen onzekerheid ontwaakt plots en fel.
Stik! De gehele klas van 32 personen marcheert richting de vijver en zal -daar aangekomen- klassikaal verzuipen.
De Haan beveelt niet: “Rechtsomkeert: mars”, een helder en eenduidig bevel dat voor dit soort situaties is ontworpen.
Zijn stem slaat over en wordt hoger dan ooit.
“Sorry, jongens! Sorry, jongens!”
Grijnzend stampt de klas op de vijver af.
Doelbewust. Niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
Met de dood in de ogen rent De Haan nu achter het laatste gelid heen en weer.
“Sorry, jongens! Sorry, jongens! Ho! Ho! Jongens? Stoppen, jongens!”
Bij de vijver aangekomen valt de klas uit elkaar. ’t Is vandaag te koud om te verzuipen.
In los verband wandelt de groep terug. Richting eetzaal.
Achteraan loopt De Haan.
Hij verontschuldigt zich in alle toonaarden.
Biedt zijn excuses aan.
Legt uit dat het niet zijn bedoeling was de klas te verzuipen.
Want vriendelijk blijft De Haan.
Dat dan weer wel.