Terug naar hoofdinhoud

Bier

Wim is een sober man.
Zijn gotisch lichaam strekt zich uit als een schoorsteen. En dat is wel handig, want Wim rookt als een ketter.
Als directeur van de school is Wim in zijn doen en laten weinig toegankelijk en weinig plooibaar.

 Zint hem iets niet dan snuift hij. Mensen die hem kennen weten dan genoeg: kappen!
Streng en rechtvaardig, dat is misschien wel de goede typering.

Het is warm tijdens de laatste rapportenvergadering van het jaar. Drukkend warm.
Het is bijna 4 uur.
“We hebben nog 1 klas te gaan”, zegt Wim die de vergadering voorzit. “Is er behoefte aan bier? Of fris? Dan stuur ik Hindrik Jan er even op uit om te halen.”
De bestelling wordt opgenomen en een van de collega’s brengt een briefje met wensen naar de conciërge, Hindrik Jan.
Als de laatste klas is afgehandeld en afspraken zijn gemaakt over het bezoeken van leerlingen, komt Hindrik Jan binnen met beugelflesjes bier.
Koud bier.
Want Hindrik Jan heeft een vooruitziende blik, weet wat onze mensen nodig hebben en had al een paar dagen geleden bier en frisdrank te rusten gelegd in de oude koelkast in het magazijn.
Wij prijzen Hindrik Jan om zjn vooruitziende blik. En om zijn visie.
Een uitstekende conciërge!

Een paar dagen later.
Geert, Teije en ik staan in het magazijn te roken.
Het is rustig in school. Behalve wij drieën is alleen Wim nog aanwezig.
Geert, 20 jaar ouder dan Teije en ik, werpt een blik op de koelkast.
“Dat was een goede zet van Hindrik Jan’, zegt hij goedkeurend. “Koud bier! Dat was een goede zet.”
Onder het praten opent hij de deur van de koelkast. Vier beugelflesjes liggen onderin uitnodigend te wachten.
“Dat is na de vakantie kapot”, weet Teije zeker. “Bier is een heel kwetsbaar product.”
“En dat is jammer”, merk ik op. “Geert, pak je kans. Ze zijn nu nog goed.”
“Ben je gek”, schrikt Geert. “Dat kun je niet maken!”
“Niet zeuren. Het is beter dat wij het opdrinken dan dat het wordt weggegooid.” Teije pakt een van de flesjes uit de koelkast, klikt de beugel omhoog en overhandigd de geopende fles aan Geert. “Hier, aanpakken.”
Geert neemt de fles in de hand. In de andere heeft hij zijn halfopgerookte sigaret.
Teije en ik kijken elkaar aan. Dan lopen wij het magazijn uit en melden ons bij Wim.
“Kunt u direct even komen?” Kennelijk bezit onze vraag de noodzakelijke urgentie want Wim staat onmiddellijk op en loopt met ons mee naar het magazijn.
Vrijwel gelijktijdig wijzen wij naar Geert.
“Hij zit aan ’t bier”, roepen we dan in koor.

Wim snuift een paar keer en loopt terug naar zijn kamer.
Geert staat er wat bescheten bij en kijkt van het geopende flesje naar ons.
“Jim rrrotsakken”, is het enige wat hij vervolgens uit kan brengen.