Bezopen
“As t din toch dei kaant oet gost, neem din ook even vlees mit” en ik krijg 25 gulden mee.
Het is vrijdagmiddag. Ik moet nog even naar de aannemer voor een korte bespreking.
Na afloop stop ik bij de slager.
Het duurt even voor de man in de winkel verschijnt.
Maar dan is hij er ook helemaal.
Grootse gebaren, luidruchtig taalgebruik, waggelende gang. De man is in kennelijke staat.
Ondanks dit alles maakt hij mijn bestelling klaar, wikkelt het in papier, kwakt het op de toonbank en noemt een bedrag van rond de 8 gulden. Ik geef hem mijn 25.
Dan begint hij terug te tellen.
Eerst wat kleingeld en dan, met weidse gebaren: “15, 25, en dat is 50, 75 en dat maakt 100!”
Hij lacht.
Wat moet ik hier mee?
Dan denk ik: als jij zo stom bent om op vrijdag voor 5 uur al bezopen te zijn, dan zijn de gevolgen ook voor jou.
Ik neem het wisselgeld.
En tot op vandaag weet ik niet of ik daar goed aan deed.