Terug naar hoofdinhoud

Anneke

Frank en Erica zijn verloofd.
En nu hebben zij een huis toegewezen gekregen.
Dat huis wordt met sop en dweil, met verf en behang, te lijf gegaan.

En zo komt er een ingrijpend moment: Frank verhuist zijn orgel naar het nieuwe adres. Daar zal hij zijn orgelleerlingen in het vervolg ontvangen.
Dat betekent stilstand voor Anneke. Anders zijn er aan het eind van de middag altijd leerlingen die bij haar in de keuken wachten tot ze aan de beurt zijn om het hun opgegeven werk aan Frank voor te spelen op het orgel dat in de kamer staat.
In die intimiteit van de keuken en bij het sissen van de pannen is er met verschillende jonge mensen een band ontstaan en zijn er gesprekken en gesprekjes gevoerd.
En nu is de kamer leeg. Dat wil zeggen: het orgel is weg en de orgelleerlingen komen niet meer. En aan het eind van de middag is het stil in de keuken.

Als ik op een middag thuis kom staat er een prachtige glazen kom op de kast.
In die kom een paar liter water en een takje groen.
En in dat water een vis. Een goudvis.
"Wat is dit," vraag ik verwonderd. We hebben het bij mijn weten nooit over vissen of een aquarium gehad.
Anneke zucht. "Het was zó stil in huis," zegt ze. 
Ik voel met haar mee en knik. Inderdaad, goudvissen zorgen voor een hoop herrie in een stil huis.