Jarig
Vandaag ben ik zeer gemotiveerd.
Volgende week, begin december, zijn er namelijk tentamens en ik wil mijn 4e-klassers daarop goed voorbereiden door in deze les een paar belangrijke punten uit de leerstof nog eens naar voren te halen. Al snel blijkt dat mijn leerlingen daar anders over denken.
Er hangt iets in de lucht en mijn punten landen niet.
Erger nog, ze zijn er vandaag met de kop in het geheel niet bij.
Uit mijn ooghoeken zie ik een vinger de lucht in gaan.
Arno. ’t Zal ook niet Arno zijn.
“Zeg het es,” nodig ik uit.
“Ziej ok wat bizunders aan klas?” Arno's glundere kop maakt duidelijk dat er wel iets heel bijzonders moet zijn.
“Ik zie niets bijzonders aan de klas,” constateer ik.
En ik maak gelijk maar duidelijk dat ik vanmorgen nog een paar belangrijke dingen met ze door wil nemen. Zodat ze de volgende week goed voorbereid het tentamen kunnen maken.
Ze luisteren trouw en kijken me enigszins meewarig aan.
Ik ga weer verder met mijn les.
Maar ik ben de enige.
Achter mijn rug is het veel te stil. En als ik me omdraai zie ik blikken van verstandhouding over en weer.
Weer is het Arno die zijn vinger opsteekt.
“Weet ie wah, wie as ter jareg is?”
“Geen idee,” zeg ik, “maar jij mag het zeggen.”
“Harjo!” Arno kijkt triomfantelijk. Hij heeft het gezegd: Harjo is jarig. En Harjo komt uit hetzelfde dorp als hij. En dat geeft een band.
Ik loop de klas in en feliciteer Harjo.
Dan leg ik nog maar eens vriendelijk uit dat het gedonderjaag nu afgelopen moet zijn, dat er volgende week tentamens zijn, dat ik er van houd goede cijfers te geven en dat zij het zijn die daarvoor gaan zorgen.
Ik ga er vanuit dat de spanning weg is, nu Harjo is gefeliciteerd.
Niets blijkt minder waar. Blijmoedige gezichten, een actief lerende houding maar de kop er totaal niet bij.
Weer die verrekte vinger van Arno.
“Weet ie wah hoe old as e worden is?”
Ik weet het niet. Kan het hooguit raden. Hoe oud ben je als je de vierde klas van het voortgezet onderwijs er bijna op hebt zitten? 16? 17?
“Zeg het es.”
“Zestien!”
Ah! Dat was het dus: Harjo is 16 geworden. Bijna volwassen.
Ik leg uit dat ik me nog herinner dat ik 16 werd en hoe ik me toen voelde en hoe belangrijk deze dag dus voor Harjo zal zijn.
Ik ga er vanuit dat de kou nu uit de lucht is en roep de aanwezigen op toch vooral goed mee te doen. Want volgende week is er een zeer belangrijk tentamen!
Geen sprake van. De ellende woekert voort als een veenbrand. Kennelijk is nog niet alles gezegd.
Weer de vinger van Arno.
“Weet ie wah wat as e kregen hef?”
Wat een vraag. Wat krijg je als je 16 bent? Een brommer? Dat zal het zijn.
Met vragende wenkbrauwen wacht ik op het antwoord.
“Een scheerapperaat.”
Dat breekt de ban. De rest van de les verloopt als altijd. Al zijn er deze keer wel wat meer glimlachen dan anders.